Voor wat, hoort wat

Naar huis strompelend met een paar ontstoken pezen na een verkorte vakantie, vroeg ik mij af hoe we onze housesitter met een wederdienst konden bedanken. Ook al was het toch in de eerste plaats een cadeau voor de housesitter zelf: een groot huis met alle comfort, grote tuin, rust ende kalmte. Okee, we vroegen wel om de hamster, 2 katten, 5 kippen en 10 konijnen eten te geven.  En net dàt laatste feit maakte dat ik mij verplicht voelde om iets terug te doen.  Die fles wijn en dat pak Merci-chocolaatjes was voor mijn geweten blijkbaar niet voldoende.

Wat is dat toch dat de mensch moeilijk kan ontvangen en vooral snel iets wil terugdoen?  Alsof we ons in een staat van kwetsbaarheid bevinden op het moment dat we bij iemand in het krijt staan en daar zo snel mogelijk vanaf willen.  Of is het een aangeleerde norm voortkomend uit ons katholiek verleden? Voor wat, hoort wat dus. Zelfs Patrick Janssens vond het de moeite om er een boek aan te bespeden.  Het is momenteel een hot item in onze samenleving!   Maar laat ons een kat een kat noemen.  Zelfs als we iets doen voor iemand anders, doen we dat soms (heel soms natuurlijk) vooral voor onszelf.  Om ons goed hart te tonen of om te horen “dat had je nu toch echt niet moeten doeoeoeoeoeoeoeoen”.  Vooral vrouwen scoren hoog bij dat laatste.  Ja, ook die 100 euro die je jaarlijks uitgeeft aan een goed doel, dienen misschien vooral om je eigen geweten te sussen omdat je 300 euro hebt uitgegeven aan die nieuwe winterjas. Zuiver altruïsme bestaat volgens mij niet dus maar goed, dat is een ander onderwerp, ik wijk af.

Ik kan mij immers niet van de indruk ontdoen dat er hier en daar in een duister hokje in ons brein lijstjes worden bijgehouden van wie wat voor ons heeft gedaan en of we wel voldoende hebben teruggedaan.   De vriendin die op je kinderen past omdat jij moet werken, krijgt waarschijnlijk een lekkere maaltijd voorgeschoteld of een bon voor één of andere massage.  De verjaardagscadeaus die tegen elkaar worden afgemeten -niet in grootte, wel in euro’s – zijn ontelbaar. En iedereen kent wel het pasgetrouwd koppel dat netjes in een Excel file bijhoudt, hoeveel geld het van wie heeft gekregen.

Op zich is wederkerigheid ook wel een nobel streven (ook al zet het mensen waarschijnlijk geweldig onder druk) en een mooie waarde, ware het niet dat, zoals Martha Nussbaum stelt, “niet iedereen dezelfde mogelijkheden heeft”.  Niet iedereen zit in dezelfde fase in zijn leven, mensen maken andere keuzes waar consequenties aan vasthangen.  Omdat we allemaal in een andere boot varen, brengt dat het weder-doen in het gedrang, ook bepaalt dit hoe vaak iemand hulp van anderen zal vragen.  Een alleenstaande is hierdoor een pak kwetsbaarder bijvoorbeeld en al helemaal als er geen familie meer in leven is.  Het principe van de wederkerigheid geldt alleen in een maatschappij waarin iedereen dezelfde mogelijkheden heeft en ik weet niet in welke maatschappij u leeft maar in de mijne is dat zeker niet het geval.  Doe mij dan maar “de bank van wederdienst” waarin mijn eega steevast gelooft en beschreven door Paulo Coelho.  Het is een systeem van wederkerigheid dat voor iedereen toepasbaar is.  Je moet er alleen soms een beetje geduld voor hebben en het gevoel van in je blootje te staan erbij nemen.