Existentie

Het existentiële verlaat langzaam maar zeker onze aardkloot.

Ik liet het vorige keer al doorschemeren: in onze gevoelens duiken is niet meer van deze wereld.  In ‘DMuze’ van De Morgen gaat het deze week over eenzaamheid.  Nog zo’n gevoel dat als het ware Pietje De Dood himself geweerd wordt.  In het artikel worden twee soorten eenzaamheid geschetst: sociale eenzaamheid en emotionele eenzaamheid.  Sociale eenzaamheid gaat dan over een gemis in brede kring (voor mij klinkt dit eerder als “alleen zijn” dan eenzaamheid), emotionele eenzaamheid gaat over intensiteit.  Het gevoel dat je alles aan één iemand kan toevertrouwen.

Het existentiële
Dat eenzaamheid ook een existentiële grond kan hebben, is nochtans even belangrijke informatie.  Je kent het gevoel wel:  je verkeert in heel fijn gezelschap, je voelt je omringd door geweldige mensen, je voelt je bemind en aanvaard en ergens deep down in je lijf groeit een sluimerend gevoel waardoor je je afgesneden voelt van de rest van de wereld .  Het heeft niets te maken met je moeder die toen je 3 maanden oud was ging werken en je achterliet in de opvang of door dat ene lief dat je dumpte net toen je je ziel aan hem had verkocht en ook niet doordat je aan het andere eind van de wereld woont.  Het is de eenzaamheid des mensens, zoals ik het noem.  In sommige literatuur wordt deze existentiële eenzaamheid teruggebracht naar ons diep verlangen om zo één te zijn zoals we waren met onze moeder in de baarmoeder.  Dat is soms de reden dat mensen verliefdheden sparen: de verliefdheidsfase is namelijk de fase die het dichtst het baarmoedergevoel benadert.  Maar voor mij heeft existentie te maken met het aanvaarden van beperkingen en gegevenheden zoals het leven ze aanbrengt.  Niet alle gevoelens zijn te verklaren of hebben een waarom-vraag nodig.  Sommige gevoelens zijn, zoals ze zijn.  Existentiële eenzaamheid is er daar eentje van.  Hoeveel vrienden we ook hebben op Facebook, hoeveel etentjes we maandelijks ook kunnen geven, aan het einde van de rit hebben we het zelf te doen.  Niet alleen maar wel zelf.  En dat kan ons soms naar adem doen happen.

Existentiële gevoelens
Een man trouwt een vrouw en een jaar na hun huwelijksfeest wordt bij de vrouw de diagnose gesteld van MS.  Dertig jaar lang zorgt de man met veel toewijding voor zijn vrouw tot ze sterft.  Drie jaar later krijgt hijzelf de diagnose van ALS.  Het is een understatement te zeggen dat deze man zich genaaid voelt door het leven.  Mensen die erg ziek worden en terechtkomen in het ziekenhuis of in een verzorgingstehuis zijn vaak ontevreden en maken het leven zuur van de verzorgers.  Is deze van neurotische aard?  Neen.  Het is een ontevredenheid die veel verder gaat dan een gevoel dat terug te brengen is tot één of andere kwetsuur uit het verleden.  Het gaat erom of we vrede kunnen nemen met wat er is, met de gegevenheden van ’t leven.  Kunnen we dit aanvaarden?  En als we het niet kunnen aanvaarden, kunnen we dan aanvaarden dat we een welgemeende “fuck you” zeggen tegen het leven?

De aanvaarding van het existentiële maakt het leven contradictorisch draaglijker.  Een leven zonder angst bestaat niet en is ook niet wenselijk.  Een leven zonder eenzaamheid is al evengoed een illusie.  Sommige relaties lopen op de klippen omdat de existentiële eenzaamheid wordt vertaald naar “de relatie zit niet goed”.  We gaan wanhopig iets zoeken bij onze partner om dat gevoel uit ons leven en lichaam te krijgen.  Maar evengoed zal het weer de kop opsteken bij de volgende.

Hier en nu
Wat betekent dit voor ons in onze huidige maatschappij waar we vooral berichten krijgen dat we ons net niét eenzaam “mogen” voelen want dan zijn we niet hip, niet cool of gewoon in één woord: zielig.  Ook voor andere gevoelens bestaat er altijd wel één of andere workshop (omgaan met angst of angermanagement, om er twee te noemen, ook al hebben ze hun nut voor sommigen onder ons).   Misschien helpt het onze maatschappij wel als we het onderscheid leren maken tussen neurotische gevoelens (die gestoeld zijn op kwetsuren uit het verleden) en existentiële gevoelens (die te maken hebben met het heden en de beperkingen van het leven op zich).  En zoals neurotische gevoelens baat hebben met het anders gaan doén, zijn de existentiële gebaat met deze te delen met anderen zonder dat er iets moet aan veranderen.  Of zonder dat er iemand zegt:”Ach, ’t is allemaal zo erg niet. Kijk eens wat er wél nog allemaal is.” De spreekwoordelijke babbel over “het leven zoals het is” aan de toog van het bruine café is jammer genoeg niet meer en duwt ons alsmaar verder in onze… eenzaamheid.