Als ’t kwaad goede mensen treft

“Er zijn nog goede mensen in de wereld”, zie ik mezelf schrijven op een post van de directrice van het Sint-Gillisschooltje.  Het schooltje in putteke Brussel is ICT-ontvreemd door een snode bende.  Verslagenheid alom
natuurlijk.  Ook bij mij en niet omdat ik de directrice persoonlijk ken.  Hoe mensen het in hun hoofd halen om een school die het al niet makkelijk heeft, zoiets aan te doen gaat mijn simpel verstand te boven.  Maar daar is dan “de goede mens” die zomaar als weldoen-ster 10.000 euro schenkt zodat al het verloren materiaal in no time weer aangekocht kan worden.  Een goed mens dus.  En toevallig lees ik een beetje verder op mijn Facebook, nochtans niet de referentie doch wel representatief- dat een trainer de kracht van een groep heeft mogen voelen en dat het “toch nog goed komt met ons mensdom”. We overleven op de hoop dat het nog niet zo slecht is gesteld met onze maatschappij. Want sla de krant open en we worden om de oren geslagen met onheilspellende berichten over vooral veel “kwaad”.

Het woord goed en slecht cirkelt een paar dagen in mijn hoofd rond.  Hoewel “goed” en “kwaad” natuurlijk normatieve waarden zijn en er een oordeel onder is verscholen, maken we in ons hoofd onbewust een lijstje van “goede” en “slechte” mensen. De kleuter in China is een paar keer overreden door een slecht mens, twee eigenlijk.  En Ronald Janssen is duidelijk ook veroordeeld tot slecht mens en zal dit stigma levenslang meedragen.  Hoe het nu zit met de advocaat van Janssen is mij niet helemaal helder.  De ouders van Annick Van Uytsel, ja, goede mensen he.  Over Steve Jobs hoorde ik onlangs dat het toch niet zo’n goede mens was als eerst werd aangenomen.  En wandelend in mijn brein door dit tuinfeest van goede en slechte mensen kom ik toevallig in het huis waar een vrouw gestreden heeft, in stilte en zich uiteindelijk heeft overgegeven aan het eeuwige leven. Een goed mens, echt waar.  Ze heeft vele mensen het leven gegeven.  En haar daad trof goede mensen door haar kwaad.  In mijn herinnering -die niet zo helder is zoals u wel weet, daarover had ik het hier– zie ik mijn ogen dansen over het boek dat in mijn prille jeugd thuis opeens rondslingerde.  “Als ’t kwaad goede mensen treft.” Het was voor mij als jonge tiener een titel die insloeg als een bom.  Wat doet dat boek hier, ging er door mijn hoofd?  Welk kwaad treft ons gezin?  En zijn wij dan de goede mensen?  De titel zit sindsdien in mijn hoofd en duikt op als een Pippo de clown bij onrechtvaardigheden.

Ik heb het boek maar vluchtig gelezen, voor mij is het te christelijk, te godsvruchtig geschreven.  Maar de zin “als ’t kwaad goede mensen treft”, die blijft hangen.  Ook bij cliënten komt het als een verzuchting aan de oppervlakte.  “Waarom moet ik lijden?” of “Dit lijden is voor mij niet draaglijk.”  En nog: “Ik heb al zoveel afgezien, wanneer is het genoeg?”  Het blijft een heikele vraag voor mensen die goed in het leven proberen te staan en naar eigen vermogen proberen een goed mens te zijn.  Het kwaad komt dan ook als een donderslag.  De moeder van een vriendin die bijna van dag op dag te horen krijgt dat ze terminale kanker heeft, dat is kwaad dat onschuldige mensen treft.  Het is net in dié situaties dat we onze gebeden richten naar een hogere macht.  Als Hij hiervoor verantwoordelijk is, dan kan ik ook met mijn gebeden ervoor zorgen dat Hij zich hierover nog eens bezint.

Omgaan met lijden is het grootste existentiële vraagstuk waar we in ons leven mee te maken hebben.  Soms is er geen antwoord.  Soms kan er niet uitgelegd worden waarom iemand ziek wordt of moet sterven.  Ik geloof zelf wel in Karma maar als puntje bij paaltje komt, helpt dat Karma mij hooguit om rationeel met het kwaad om te gaan, niet emotioneel. Emotioneel wil ik het uitschreeuwen.  Want lijden doet pijn.  Iemand zien lijden doet pijn.  En als ’t kwaad goede mensen treft, kan ik alleen maar stil worden en en kiezen voor nabijheid.