Sprookje

Er was eens een vrouw.  Een mooie knappe jonge vrouw met een fijn leven: ze had een liefhebbende man, een fijne job, een druk leven, een dak boven haar hoofd en een paar vriendinnen waarop ze kon terugvallen.  En haar hele leven droomde ze al van één iets: een kind.  Een eigen kind.  Een kind dat ze kon koesteren, beminnen, graag zien, groot zien worden en waarvan zij de moeder zou zijn.  Toen ze klein was, zag ze zichzelf al als volwassen vrouw zorgen voor een baby.  Ze zag zichzelf dansen rond de tafel, kliederen met verf, het uren in slaap wiegen, liedjes zingen, het kind aan de borst leggen en er volop van genieten.  Haar hele leven keek ze er al naar uit om moeder te worden.

De zwangerschap
En nu is het dus zover.  De vrouw raakt zwanger en is helemaal door het dolle heen.  Geweldig!  Fantastisch!  Eindelijk is het zover!  Ze schrijft zich in een zwangerschapscursus, schuimt het internet af naar alles wat maar baby-gerelateerd is.  Ze koopt zich een ongeluk aan babykleertjes, vertelt aan iedereen dat ze zwanger is en straalt helemaal.  Ze is zo blij dat eindelijk haar droom in vervulling gaat.  Haar man vertroetelt haar en bemint niet alleen zijn vrouw maar ook hun ongeboren kind.  Het is één groot festijn van roze en blauw, want wat het geslacht worden zou, dàt wisten ze niet.  Dat de vrouw soms met angst en onzekerheid naar de toekomst kijkt, zich afvraagt of ze dat moederen wel gaat kunnen, de combinatie van werk en gezin nu al verafschuwt, vertelt ze aan niemand, want dat past niet in het plaatje.  En bovendien, dat is toch ook niet “normaal”, ze moet gewoon gelukkig zijn en blij zijn met het geschenk dat ze gekregen heeft.  Naarmate de dag van de geboorte nadert maakt ze zich in stilte alsmaar meer zorgen.  De vraag of ze wel een goede moeder gaat zijn, speelt constant door haar hoofd.  Het is een niet-aflatende mantra geworden.  Maar zoals ze het altijd gedaan heeft, duwt ze die gevoelens opzij en richt zich op het positieve en op haar blijdschap en op het kind dat komt.

De geboorte
De geboorte van het kind loopt vlot, hoewel 12 uur afzien best wel veel is, vindt ze.  Maar ze houdt eindelijk het kind in haar armen.  Tot haar grote verbazing wordt ze niet verliefd op haar zoon.  Dat stond toch in de boeken?  Dat je verliefd wordt op je kind zodra je het in je armen houdt.  En de pijn is ook niet direct verdwenen wanneer ze haar eerstgeborene in haar armen houdt.  De pijn was afschuwelijk en dat vergeet ze niet zo snel.  Ze voelt bij zichzelf een onwennigheid als ze hem in haar armen houdt.  Het “ligt” toch niet zo lekker als ze zich haar voorgesteld.  En hij huilt vaak, ze weet helemaal niet wat ze dan moet doen en huppelt maar wat heen en weer, legt hem aan haar borst maar hij lijkt niet echt tevreden.  Niet tevreden met haar als moeder misschien?  Gelukkig is het kind helemaal gezond en kunnen ze snel naar huis. Maar de onzekerheid heeft zich in haar hart genesteld.

De eerste weken
Thuis wacht haar de ontnuchtering.  Ze ziet zichzelf helemaal niet rond de tafel dansen maar zich vooral van het bed naar de zetel slepen. Doodmoe is ze.  En dat kind dat huilt zich een ongeluk.  Altijd is er wel wat: een natte luier, dorst, honger, krampjes.  Komt daar nog haar eigen lijf bij dat alle kanten uitspringt: die borsten die astronomische grootte aannemen, de hormonen die haar van hot naar her laten lopen, de tranen die lopen zonder dat ze weet waarom, haar tepels lijken wel vuurtorens en ze voelt zich totaal uitgeput.  Soms kijkt ze naar haar zoon en vraagt ze zich af wat er is overgebleven van het mooie beeld dat ze had in haar dromen toen ze nog kind was.  Wanneer haar nu al iets minder liefhebbende man – want waar is zijn vrouw naartoe? –  thuiskomt van het werk en ziet dat de ontbijttafel nog niet is opgeruimd, kan ze alleen verzuchten dat ze niet eens tijd heeft gehad om te douchen.  Het kind zuigt haar leeg, neemt de energie weg en krampachtig probeert ze het beeld van de roze wolk in stand te houden.  Maar deep down, voelt ze wat ze niet durft uit te spreken: ze is niet gelukkig in haar moederrol.  Ze is zichzelf verloren en zwerft daardoor tussen oververantwoordelijkheidsgevoel en perfectie. En daardoor is ze ook een beetje haar kind kwijtgeraakt.

De volgende maanden
Dat besef laat haar stilstaan bij zichzelf.  Misschien had ze een beetje teveel verwachtingen van het moederschap?  Misschien zag ze het allemaal een beetje te rooskleurig?  Misschien had ze wel de verkeerde boeken gelezen?  Ze voelt instinctief dat ze een goede moeder is maar ziet zichzelf dingen doen die niet in haar plaatje passen. Ze ontneemt haar man het recht om voor het kind te zorgen want alleen zij kan dat op de perfecte manier.  En ze ziet zichzelf rigoureus opvoedingsmethoden volgen die haar alsmaar meer uit balans brengen en zich schuldig laten voelen. Ze schippert tussen haar gevoel als moeder volgen en doen wat de boeken zeggen.  Ze wil niet het beste voor haar kind, ze wilt het àllerbeste voor haar kind.  Maar hierdoor voelt ze niet meer wat haar kind nodig heeft en wat zij voor hem kan betekenen. Haar instinctief moedergevoel is ondergesneeuwd.

Hoe het afloopt
Nu de eerste vermoeiende maanden voorbij zijn, gaat de vrouw terug aan het werk en ook al vindt ze het vreselijk om haar kind over te laten aan anderen, ze geniet ervan terug bezig te zijn met haar werk, volwassen taal te kunnen spreken en haar wereld van melk, slapen en luiers verbreedt zich terug.  Ze voelt zich tot rust komen doordat het kind beter gaat slapen en soms, ja soms, voelt ze zich echt contact maken met hem.  Ze kijkt dan in zijn ogen en voelt acceptatie en aanvaarding.  Zij aanvaardt hem maar hij aanvaardt als kind ook zijn moeder, zoals ze is.  Niet de perfecte moeder maar ze voelt dat zij de beste moeder is die hij kon krijgen. Ze voelt zich ontspannen en wordt mild voor zichzelf.  Okee, misschien is ze niet altijd de meest geweldige moeder, ze doet wel haar uiterste best.  Ze ziet de relatie meer iets van twee mensen dan dat zij alle verantwoordelijkheid op zich neemt.  Ze beseft dat het moederschap een relatie is van vallen en terug opstaan en daar horen gevoelens bij van onzekerheid, angst en teleurstelling.  Maar ook van oprechte vreugde, verbinding en voelen dat je als moeder door het vuur wilt gaan voor je kind.  Eindelijk beseft ze dat bij de geboorte van een kind ook een moeder wordt geboren.

Een gedachte over “Sprookje

Reacties zijn gesloten.