De verloren emotie

Laat het ons, in deze tijden van Kerstmis, vrede, gezelligheid en Wiedergutmachung, het eens hebben over boosheid. Komt er nu enige boosheid naar boven dwarrelen? Wil je dit artikel misschien wegklikken: moet dit nu écht? Het is één van de emoties waar we ons liefst niet mee bezig houden maar die we allemaal  kennen. Over het algemeen zijn er drie grote groepen van mensen. De ene groep wordt te pas en te onpas boos en toont dit ook veelvuldig, extravert en zonder enige reserves, in de volksmond de zogenaamde bullebakken of bitches. De andere groep wordt nooit boos en zo zeggen ze het zelf: àls ze boos worden, dan kan je maar beter ver weg lopen. Een derde groep kent geen boosheid en als ze ze al kennen, dan is het inwendig. Mokken bijvoorbeeld dat kunnen ze erg goed maar daar blijft het ook bij. Sterker nog: ze vinden het ongehoord, onheus, onbeschaafd om boos te worden. Het past niet. Boosheid is nochtans een emotie als alle andere.  Boos is zelfs één van de vier basisemoties die we als mens kennen: blij, verdrietig, angstig, boos. Dat leren de kinderen in de lagere school. Meermaals. Maar als puntje bij paaltje komt, fluiten we onze zoon terug wanneer hij ons boos vertelt waar het op staat.

Gezinswetten
Als mens leren we van jongsaf aan door kijken-en-leren hoe we dienen om te gaan met emoties. Onze ouders leren ons dag in dag uit welke waarde emoties krijgen. Zo kent elk gezin zijn onuitgesproken regels als het gaat om gevoelens. In de ene familie wordt heel veel gelachen bijvoorbeeld en kent verdriet weinig plaats. Ook in tijden van grote ellende slagen ze erin om met een mopje de angel eruit te halen. De realiteit wordt plat gerelativeerd met zinnen als “het is overal iets” of “het kan altijd nog erger” of “’t is allemaal zo erg niet”. In andere families kent verdriet dan weer een onmiskenbare plek: er wordt veel gehuild maar weinig uitgesproken, het slachtofferschap en zelfmedelijden is veelvuldig aanwezig. In weer andere families is het not done om blijdschap te tonen. Blijdschap mag niet en krijgt ook helemaal geen ruimte in het dagdagelijkse leven: “doe maar normaal, dat is al moeilijk genoeg” of “het leven is hard”. Erg veel gezinnen geven angst geen plaats. Ook al is er een duidelijke kentering in de opvoeding, angst bij kinderen moet nog altijd zo snel mogelijk opgelost worden. En in sommige families zien we dat boosheid een aparte rol krijgt omdat mama en papa veel ruzie maken bijvoorbeeld. Of er zijn zoveel onderhuidse spanningen dat het knettert in huis. Soms zien we wel bijvoorbeeld dat er één iemand in het gezin die boosheid-pool op zich neemt: de rebelse oudste broer, de boze vader of de tirannieke moeder. Ruzie maken moet echter meestal beschaafd zijn en op een voorname manier gebeuren. Eens een glas tegen de muur kapot gooien, is het einde van de wereld. Onbewust geven we daarmee de boodschap door dat boos zijn niet mag. En hoewel we daar als kind niet bewust mee bezig zijn, we leren zo de impliciete lessen rond emoties, dragen dat in heel onze ziel en lijf mee en stappen zo de wijde wereld in.

Boosheid in de maatschappij
Na de zoveelste zelfmoord in België en de cijfers dat er per dag zeven (7!) Belgen beslissen om een einde te maken aan hun leven, wil ik dit graag koppelen aan hoe we omgaan met emoties.  Iemand die kiest om uit het leven te stappen, kan het leven niet meer dragen, bijna altijd voorafgegaan door een depressieve stemming, tenzij er sprake is van een pathologische stoornis.  Depressie komt uit het Latijn en betekent “onderdrukken”.  Je onderdrukt iets, “iets” kan er niet uit.  En daar komt boosheid  in het vizier.  Want hoe staat de maatschappij ten opzichte van emoties?  Hoe reageren we als er iemand boos wordt?  En hoe makkelijk worden we zelf boos of laten we ons verdriet zien? Op al deze vragen komt wellicht een weifelend antwoord.  Boosheid krijgt maar weinig zeggenschap.  Iemand die boos wordt, wordt als snel toegesproken met “rustig, rustig”.  Of wie boos wordt, wordt zonder pardon eruit gebonjourd wegens “niet communicatief”.  Of we zeggen “dat het weinig impact heeft”.  Dat doen we nochtans nooit met iemand die in tranen uitbarst of met een goeie mop omgaat met een moeilijke situatie. De verdrietige krijgt een schouderklopje en we lachen mee met de moppentapper. We vinden ook geen cursussen “sadness management” of “hoe omgaan met je blijdschap?”. Boosheid wordt in de maatschappij niet erkend. Jarenlange onderdrukte boosheid brengt een mens in onevenwicht. Deze onderdrukking gebeurt vaak in de eerste plaats om de ouders te sparen, hen te pleasen of omdat er in het gezin simpelweg helemaal geen ruimte is voor emoties. Dit zet zich zonder pardon verder in het professionele leven of in de latere liefdesrelaties. Op termijn kan het angsten, depressie en natuurlijk agressie teweeg brengen. Iemand die jarenlang zijn emoties opkropt, wordt een rondlopende vulkaan. En bij zo iemand gebeuren er dan dingen die de omgeving helemaal niet heeft zien aankomen: amok-moorden, zelfdoding, passionele moorden, angstaanvallen.

Toe-eigenen
Het is belangrijk voor onze emotionele balans dat we ons àlle emoties toe-eigenen. Met toe-eigenen bedoel ik dat je toegang hebt tot alle emoties en dat je hierdoor adequaat kan reageren op situaties, congruent aan wat je vanbinnen voelt. Wanneer je onrecht wordt aangedaan, moet je de mogelijkheid hebben om hierop te re-ageren. Dit lijkt een evidentie maar is het voor erg veel mensen helemaal niet.  We onderdrukken nog altijd veel emoties omdat we er een bepaald beeld rond hebben. Wanneer een vrouw boos wordt, is ze nog vaak hysterisch en de bitch van het gezelschap. Wanneer een man boos wordt, is hij een bullebak of in het beste geval zal hij er wel een hele goede reden voor hebben.  Dit in tegenstelling tot vrouwen die blijkbaar nooit een goede reden hebben om boos te worden. Laat staan om sentimenteel te doen. Ik pleit hier niet om als een wandelend emotioneel vat door het leven te gaan.  Eerder om bij jezelf na te gaan op welke manier emoties een plek innemen in je leven en welke vooroordelen je parten spelen.  En misschien schuif je eens uit als je je emoties gaat toe-eigenen en word je opeens heel erg boos op iemand die er niets mee heeft te maken. Of barst je in tranen uit wanneer je het helemaal niet verwacht. Het is het proces van leren en leren gaat met vallen en opstaan. We durven al eens vergeten dat omgaan met onszelf en met onze emoties ook iets is wat we te leren hebben net zoals we hebben leren fietsen en autorijden.  Al te zeer willen we ons voordoen als perfecte mensen die niet geraakt worden door niets of niemand en alles onder controle hebben.  Onze kwetsbare kant tonen is nochtans het schoonste cadeau dat we een ander kunnen geven.

Een gedachte over “De verloren emotie

  1. Dag Lieve,
    Ben je blog aan het doorlezen en kan mij er helemaal in vinden. Je stuk over emoties vind ik heel erg to the point. Zal eens regelmatiger komen kijken naar je stukjes!
    Mvg,
    Rika Ponnet

Reacties zijn gesloten.