Opgebrand

“Slaap. Ze zou een moord  plegen om eeuwig te mogen slapen, voor niemand te moeten zorgen en gewoon haar zin te kunnen doen.Want slapen lukt toch niet meer zo geweldig de laatste tijd.  Ze is wel doodmoe maar ze wordt elke nacht wel een paar keer wakker als ze dan eindelijk in slaap is gesukkeld…  Maar goed, ze zat bij de collega. Wel meer mensen uiten hun bezorgdheid: haar baas en ook haar dokter bij die laatste keelontsteking. Ze zucht opnieuw. Ze kan niet thuisblijven helaas, op het werk hebben ze haar nodig. En de kinderen hebben haar nodig, haar man kan zeker niet alleen het huishouden runnen. Het zou wat worden: de kinderen zouden verkeerde kleren aantrekken, er zou niet om de twee dagen worden gestofzuigd, de strijk zou blijven liggen en wie gaat de weekends dan organiseren? Nee, dat is geen optie. (zucht) Maar het gaat niet goed nee. De tranen springen haar in de ogen wanneer die gedachte opkomt. Ze sleept zich door de dagen, naar het werk, van het werk en waarvoor: het lijkt wel alsof ze alsmaar harder moet werken om de erkenning te krijgen die ze nodig heeft. Ze vergeet ook vaker dingen, doet langer over de dingen die haar vroeger heel makkelijk afgingen. Ze is eigenlijk helemaal niet goed bezig. Wat is ze nog waard op de arbeidsmarkt? En als moeder en vrouw? Haar vriendinnen blijven ook weg dus daar kan ze haar hart ook al niet luchten. (zucht) Ze blijft maar hollen, beseft ze. Want ze is toch een sterke vrouw? Zoals haar moeder, zij was ook sterk. En uiteindelijk moet ze toch niet klagen? Ze heeft een job, kinderen, een man, een dak boven haar hoofd. Veel en veel mensen hebben het veel slechter. En toen ze drie dagen thuis was met een longontsteking kroop ze de muren op, nadat ze uiteraard al heel het huis had gepoetst.  Mensen vragen wel hoe het gaat met haar en dan zegt ze “Goed, prima!” maar eigenlijk wil ze zeggen:”Slecht. Ik voel mij elke dag slechter. Kan er mij iemand een pilletje geven zodat ik over 6 maanden terug wakker word?” Maar ze gaat verder met de glimlach en vraagt vervolgens hoe het met hem of haar gaat waarop er een heel verhaal volgt hoe druk het wel niet is. “Ja, dat klopt. Het is niet evident.” Zelf kan ze echt nérgens terecht met haar verhaal. Gho, ze is écht niet goed bezig. (zucht)

File, ze gaat te laat zijn. Dat betekent overwerken vanavond. (zucht) En het is oudercontact voor de kinderen. Hoe gaat ze dat regelen? Als moeder stelt ze ook al niet veel voor, als ze er zo over nadenkt. Genieten kan ze al lang niet meer van haar kinderen. Ze zijn ook zo druk en na een hele dag werken kan ze dat er niet meer bij hebben. Het zijn schatjes hoor maar ze zwijgen nooit. Het is altijd van “mama hier” en “mama daar”. Horendol wordt ze ervan. En vaak vergeet ze ook dingen die ze haar hebben gevraagd. Eergisteren nog dat carnavalpakje. Te laat aan gedacht: teleurgestelde dochter, teleurgestelde moeder. Maar niemand die het merkt.  En maar praten over zus en zo en over de anderen. Maar met haar gaat het prima hoor. “En heb je die televisieserie gisteren gezien? Nou, dat was me wat.” (zucht) Ja, ze is niet goed bezig. Haar lichaam heeft ze niet meer onder controle.  Ze sleept zich door de dag en haar hart slaat wel 150 slagen per minuut in rust.  Dat opgefokt gevoel ook altijd, ze wordt er helemaal gek van. En moest het nu nog wat energie geven maar nee, helemaal uitgeput wordt ze ervan.

Ze heeft hier eigenlijk helemaal geen tijd voor. Ze kan het zich echt niet permitteren om nu uit te vallen. Wat gaan ze dan op het werk doen? Trouwens, financieel hebben we ook echt mijn loon nodig, bedenkt ze zich. Ja. Zucht, dat is ook geen oplossing natuurlijk. Misschien dichterbij huis gaan werken? Maar is dat dan nog wel zo goed betaald en bovendien, I LOOOVE my job! Ze kan wel janken. Hoe raakt ze hier nu uit? Misschien moet ze het maar delen met haar man vanavond. Of met een goede vriendin. Eens vertellen hoe ze er echt bij zit. Oh ze hoort hun reacties als:”Och, écht? Gho, dat had ik nu niet van je gedacht. En je ziet er nog wel zo goéd uit!” Dat ze bijna halfdood moet zijn om er slecht uit te zien, ook dàt is haar fout. Het is zoveel makkelijker om het ideaalbeeld hoog te houden. Al dat gedoe, dar zitten de mensen niet op te wachten. “Maar schat, nu kan je niet van werk veranderen hoor. We hebben de centen nodig.” Ja, ik heb mijn lijf ook nog nodig. Vermoeid kijkt ze uit het raam. Ze zucht opnieuw. Dit is zo vermoeiend bedenkt ze zich. Het lijkt wel alsof ik niet heb geslapen. Ze voelt zichzelf knikkebollen. De drukte van de week komt opeens op haar af. Ze wil gewoon rust. Geen afspraken, niemand die haar nodig heeft. Ze wilt ook niemand die voor hààr zorgt, dat is nu ook weer niet nodig. Trouwens, niemand kan haar helpen. Ze heeft geen hulp nodig overigens. Want ze is echt een sterke vrouw, touwtjes in handen, everything under control. Ja, zo is het.”

Herkenbaar? Dan kan het zijn dat je in een burnout bent beland.
En wil je hierover meer lezen?  Klik dan hier.