Optimisme

“Optimism is our moral duty”, zei een vriend gisteren op restaurant terwijl hij enthousiast en lachend met zijn vuisten op de tafel sloeg. Ik nam eens diep adem en zette mijn glas neer.  Dat optimisme alleen maar kan bestaan bij gratie van pessimisme, zoals duisternis alleen maar kan bestaan bij gratie van het licht, zei ik. Polariteiten heet dat dan. Of anders gezegd: je kan maar pas het licht appreciëren als je ook de duisternis kent. En daar stopte het, dit was meer voer voor bij een paar flessen wijn als je niet meer naar huis hoeft te rijden, lachten we. Maar dat ene zinnetje bleef wel nazinderen. Is optimisme een morele plicht?

Met optimisme bedoelen we de hoop en het vertrouwen in een succesvolle uitkomst. Over het algemeen schatten we onze eigen uitkomst/toekomst heel optimistisch in. Iedereen die trouwt gelooft dat dat huwelijk eeuwig gaat duren en onze baby in de wieg is de meest fantastische geniale baby die ooit is geboren. ANDERE mensen krijgen kanker, verliezen hun huis in een brand, sterven in een auto-ongeluk, hun kinderen hebben ASS of ADHD, worden bedrogen, hebben een alcoholprobleem of verliezen hun werk. “Onze” toekomst ziet er rooskleurig uit. We overschatten over ’t algemeen onze eigen mogelijkheden. Over anderen denken we helaas niet zo positief. Let op, optimisme  heeft zeker haar voordelen. Optimisten zijn gezonder, bereiken meer, zetten langer door, zijn emotioneel meer in balans, gaan uit van mogelijkheden in plaats van beperkingen en staan minder onder stress omdat ze geloven dat het “allemaal wel in orde komt”.

Die laatste zin is helaas een dooddoener van formaat. Uiteraard komt alles in orde, ooit, hoe dat er dan juist uitziet, is natuurlijk de vraag. Want soms komt het ook helemaal niet in orde. Hoe gaat een optimist daarmee om? Maar -hier kom ik tot het punt dat ik wilde maken- mag iemand het ook eens niét meer zien zitten? Optimisme verleidt ons tot het platwalsen van onze mindere momenten. Momenten die de mens bestempelt als minder succesvol, saai, uitzichtloos en mislukt. We kennen allemaal zo een moment. Soms is het leven een aaneenschakeling van zulke gevoelens en momenten. (bij anderen uiteraard, niet bij onszelf) Wanneer er dan een optimist voorbij komt wandelen, scanderend, dat het allemaal wel in orde komt… nu ja, vrolijker wordt iemand daar toch zelden van? Alsof we geen recht hebben op onze ellende. Erger nog: door niet positief te denken, trekken we ongeluk aan (Law of attraction) en Het Geheim is echt wel dat door positief te denken het ook echt positief uitdraait. Je zal maar in ’t ziekenhuis zitten met een kind geveld door kanker. Was het allemaal maar zo simpel.

Begrijp mij goed, ik ben een optimistisch wezen. Ik geloof zelfs dat ik heel vaak positief denk. En ik geloof ook dat optimisme veel positiefs in beweging kan zetten. En ik hou ook van balans. Wanneer ik hoor dat het mijn “morele plicht’ is om optimistisch te zijn, daar word ik pessimistisch van en vooral: onvrij. Tegen wil en dank optimistisch zijn, daar geloof ik niet in. Voor mij voelt het on-echt. Het maakt van onze maatschappij ook geen betere plek. Want daar draait het om natuurlijk: door optimisme als morele plicht op te dringen, hopen de aanhangers dat we ons samen ervoor verantwoordelijk voelen om er “iets” van te maken. “So we have a duty, instead of predicting something bad, to support the things that may lead to a better future” (Popper) En oh wee (katholiek vingertje omhoog) als jij en jij en jij niet de klok rond optimistisch bent want het is dààrdoor dat dit en dat gebeurt. Over schuldinductie gesproken. Om optimistisch te kunnen zijn, is er ook ruimte nodig voor het andere. Het evenwicht vinden tussen deze twee polariteiten en hieruit kunnen kiezen (wanneer neem ik de ene, wanneer de andere) maakt mensen meer vrij. En dan komt het écht allemaal in orde.

*smile*

(Interessante speech hierover: http://video.ted.com/talk/podcast/2012/None/TaliSharot_2012.mp4)

Een gedachte over “Optimisme

  1. ik herken het ongelofelijke belang en vooral de rijkdom van polariteiten. ik herken het onvrije gevoel van moreel ‘moeten’ optimistisch zijn. en hoe daardoor onrecht wordt gedaan aan de mogelijkheid om -doorheen verdriet én pijn- een tegenslag weer te mogen en kunnen en durven ombuigen tot een opportuniteit en te helen …

Reacties zijn gesloten.