Waarom een systematische screening op postpartum depressie een slecht idee is

wolk

Het zat er aan te komen. Er wordt al een paar jaar gepalaverd om zwangere en pasbevallen vrouwen systematisch te screenen op een pre- of postpartum depressie. Gisteren werd deze screening door het Vlaams Parlement goedgekeurd. Je zou denken dat ik dat een ge-wel-dig goed idee vind. Ik, die al bijna tien jaar minzaam strijd om het moederschap realistisch en minder rooskleurig voor te stellen. 10% van de Belgische moeders komt terecht in een postpartum depressie. Zegt de medische wereld. Ik zeg al jaren dat dat een veel kleiner aantal is maar goed, als we verder gaan op die 10% dan is het goed dat daar aandacht aan wordt besteed. En toch wringt er een hele schoenenkast. Ik ga u uitleggen waarom.

Het onderzoek achter de vragenlijst

De screening gebeurt op basis van de Edinburgh Postnatal Depression Scale (EPDS). Een vragenlijst die al in Noorwegen wordt gebruikt en ik geef het toe, best een correct beeld weergeeft. Correct in de zin dat de vragen helder zijn en ondubbelzinnig en redelijk correct onderzoeken of een vrouw depressieve symptomen vertoont. Nagaan of een vrouw lijdt aan een klinische depressie, depressieve symptomen vertoont of neerslachtig is, is cruciaal voor de doorverwijzing. Met deze vragenlijst wordt 93 procent van de postnatale vrouwen met een klinische depressie geïdentificeerd. Maar er wordt ook 22% van de vrouwen geïdentificeerd met een klinische depressie zonder dat ze er eigenlijk eentje hebben. Met andere woorden: bij vrouwen die een positieve test afleggen, heeft 32% een echte depressie. Uit onderzoek blijkt dat postnatale screening met EPDS in combinatie met psychosociale begeleiding het percentage vrouwen met depressieve symptomen op 4-6 maanden verlaagt met 40%, in vergelijking met geen screening. Of dat nu komt door de screening dan wel door de begeleiding laat ik hier in het midden. Maar het spreekt voor zich dat een screening op zich niets oplevert. Verder werd ook duidelijk dat er nog veel meer bijkomend onderzoek noodzakelijk is. Hoe de vragenlijst zal gebruikt worden en wanneer de afname juist gebeurt, is op dit moment nog niet duidelijk.

De vragenlijst op zich

EPDS bevat tien vragen en die zien er als volgt uit:

  1. Ik heb kunnen lachen en de zonnige kant van de dingen kunnen inzien.
  2. Ik heb met plezier naar dingen uitgekeken.
  3. Ik heb mij zelf onnodig verwijten gemaakt als er iets fout ging.
  4. Ik ben bang of bezorgd geweest zonder dat er een aanleiding was.
  5. Ik reageerde schrikachtig of paniekerig zonder echte goede reden.
  6. De dingen groeiden me boven het hoofd.
  7. Ik voelde me zo ongelukkig dat ik er bijna niet van kon slapen.
  8. Ik voelde me somber en beroerd.
  9. Ik was zo ongelukkig dat ik heb zitten huilen.
  10. Ik heb er aan gedacht om mezelf iets aan te doen.

Er zijn telkens vier antwoordmogelijkheden die overeenkomen met de antwoorden 1) ja vaak 2) ja soms 3) niet erg vaak of 4) nooit, afhankelijk van hoe de vraag gesteld wordt. Op zich zijn dit interessante vragen om aan een zwangere of pasbevallen vrouw te stellen. Ik nam de proef op de som en antwoordde mild positief op elke vraag, uitgezonderd op de laatste, daarop antwoordde ik dat ik er geen last van had en ik had professionele hulp nodig. Dat vind ik compleet van de pot gerukt en ja, overdreven. Het is niet omdat ik last heb van een aantal symptomen dat ik een postpartum depressie heb. Ik leg later uit hoe dat zit. Het lastige bovendien aan een vragenlijst is dat het 1) een momentopname is (je zal maar een rotnacht gehad hebben als prille moeder, 2) de vragenlijst ook maar meet wat ze meet maar niet zegt waar een mens nu echt nood aan heeft. Er zullen vrouwen zijn die volgens de vragenlijst geen hulp nodig hebben maar er toch echt veel behoefte aan hebben en omgekeerd. De mens is een raar beestje wat dat betreft en 3) het vrouwen zal bewust maken van zaken waar ze zelf nog geen erg in hadden. “Gho ja, hoe gelukkig wàs ik eigenlijk de afgelopen weken?”

Er is maar pas een probleem als je er een probleem van maakt

Ik zie mezelf nog zitten als jonge moeder in een moedergroep, anno 2001. Ja, ik was zoekende toen. Onze dochter was 2 maanden oud en ik vond het echt een gigantische verandering zo een baby in huis. Ook al was ik zogezegd prima voorbereid, ik voelde mij een lousy mother. Ik vond het echt ongelooflijk overweldigend allemaal. De moedergroep werd geleid door een vroedvrouw met zes kinderen. Dat leek mij toen quasi onmogelijk om dat allemaal in goede banen te leiden. Maar goed, ze sprak toen de gevleugelde woorden:”Iets wordt maar pas een probleem, als je er een probleem van maakt.” Dat is mij altijd bijgebleven. Mijn overtuiging is dat alle vrouwen in meer of mindere mate het niet meer “gewoon” zijn om te moederen en we voelen ons alleen. We hebben te weinig voorbeelden, we staan er teveel alleen voor, er is te weinig solidariteit, we moeten te snel terug gaan werken, we vragen te weinig hulp, we durven ons gevoel niet te volgen, we geloven te weinig in ons moederinstinct en we zijn niet meer verbonden met ons lichaam. Veel vrouwen verwachten ook dat dat allemaal direct “vanzelf” gaat. Ik heb het dan over dat voeden, verluieren, in slaap krijgen, terug wakker krijgen, die nachten, al die huiltjes leren kennen. Alles quoi. Je wordt zwanger en je moet daar maar blij mee zijn. Je krijgt die baby in je armen gepropt (oh leuk, glibberig en al) en je moet door de kamer dartelen van verliefdheid. Zo. Gaat. Het. Meestal. Niet. Het merendeel (ik mik op 80%) van de vrouwen zit eens of langere tijd op een emotionele rollercoaster. Ze voelt zich…

verward (wat gebeurt er allemaal, waar is mijn lijf naartoe, is dàt nu mijn baby, ik heb een kind en wat nu: iiiiiiii)
onzeker (moet ik nu nog eens borst geven, ik ga hem toch niet overvoeden met die flessen, doe ik het wel goed, ben ik wel een goede moeder)
oververantwoordelijk (ik ben tot het einde van mijn dagen verantwoordelijk voor zijn geluk, boehoehoe)
verloren (ik weet het niet méééééér, waarom huilt hij nu weeeeeeeeer, help!)
droevig om wat je kwijt bent (en dan bedoel ik niet alleen die dikke buik, àlles eigenlijk)
angstig (ik ga haar laten vallen he, ik ga haar vergeten eten te geven, oh nee ze gaat dood gaan he)
verdrietig (ik voel mij zooo alleeeeeeen, waar is iedereeeeen)
oververmoeid (ik weet begot niet hoe ik morgen én gedoucht én op tijd de deur uit ga geraken om naar de schoonmoeder te gaan en van slapen komt al helemaal niks in huis met die tig nachtvoedingen, spreek mij niet van feestjes, seks of bezoek: ik wil gewoon S.L.A.P.E.N., zucht)
down (okee, en dit is voor de rest van mijn leven. What have I done??! Dit komt echt nooit meer goed. En mijn relatie hangt er ook aan, we gaan zeker scheiden, boehoehoehoehoe)
perfectionisch tot in het kwadraat (ik mag géén fouten maken, géén énkele want dan gaat mijn kind dood en ben ik een slechte moeder. Of nee, het kind gaat niet dood maar dan nog ben ik een slechte moeder. Of nee, het huilt dan misschien maar even maar dan ben ik nog altijd een slechte moeder. Kom, geef dat kind een andere moeder)
incompetent (hoe doen die moeders het met twee, drie, vier kinderen? Ik krijg met moeite de ontbijttafel afgeruimd)

Maar is dat nu eigenlijk allemaal wel zo een “probleem”?

Ideaalbeelden aan het kraambed

Nee, prettig is het niet om te worstelen met al die emoties wanneer je dacht als een happy bunny je kraamtijd door te maken. Ik geef het toe: it sucks. Ik zie in mijn praktijk -toch een beetje pionier in het thema- dat bijna alle vrouwen niet kampen met een depressie maar wel met een rouwproces. Er valt een heleboel om over te rouwen als je een kindje krijgt want je verliest ook véél. Nu hoor je het in Keulen donderen misschien? Ik doe een poging om op te sommen wat een vrouw die bevalt allemaal verliest: haar buik, haar lichaam, haar ideaalbeelden als moeder, haar ideaalbeelden over haar kind en haar partner, haar werkcontacten, haar hobby’s, soms de ideaalbeelden over de bevalling en de borstvoeding, haar relatie, haar identiteit (moeder worden raakt immers aan je identiteit), haar rust, haar vrijheid, haar vrouwelijkheid, haar zorgeloosheid,… de lijst eindigt niet hier. En je krijgt bovenop dit alles ook nog eens Het Eeuwige Schuldgevoel erbij. Heel dit verhaal zorgt ervoor dat ze tijd nodig heeft om zichzelf opnieuw te vinden. Ja, misschien zichzelf opnieuw uit te vinden. Kunnen we vrouwen daarvoor alsjeblieft de tijd geven? Zonder direct te gaan zwaaien met grote woorden als depressie. Dat is nergens voor nodig. In elk rouwproces komen depressieve periodes voor, die zijn noodzakelijk om verder te kunnen. Loslaten, verliezen, het doet allemaal zéér. En bij pijn komen tranen. En soms zien ze het echt niet meer zitten. Maar de meeste moeders komen hier prima door. Ze zoeken hulp, storten hun hart uit bij vriendinnen, vinden steun bij hun partner, gaan dan toch voor de kraamhulp om hun stapel was weg te helpen werken, vinden hun weg in het moederschap, voelen zich meer verbonden met hun kindje en ook die relatie vindt een nieuw evenwicht.

Je hebt depressie en depressie

Waarom is het dan zo een probleem dat die screening er is? Ten eerste zullen vrouwen een ‘label’ krijgen waar ze enerzijds geen boodschap aan hebben en anderzijds geen weg mee weten. Daardoor zullen vrouwen zich onnodig ongerust maken. De vragenlijst op zich zal sommige vrouwen al meer bezorgd maken dan nodig. Ik hoop dan nog dat deze vragenlijst niet onder hun neus wordt geduwd op dag 3 na de bevalling. De dag waarop zowat 80% van de vrouwen last heeft van de babyblues. Niks ergs die blues maar het zijn wel donkere dagen. Het helpt vrouwen geen millimeter vooruit om dan te horen dat ze een postpartum depresssie hebben. We kunnen wel gaan screenen maar wat dan? Waar kan een vrouw terecht als ze zogezegd een postpartum depressie heeft? De psycholoog in het ziekenhuis? Sorry maar daarover hoor ik alleen ellendige verhalen. Bij de huisarts, jawel, die haar medicatie zal voorschrijven. Maar zoals al bewezen is in zoveel onderzoeken helpt medicatie alléén niet bij milde depressies (als ze al een échte depressie heeft). Bovendien voelen vrouwen zich falen als ze dan toch uiteindelijk niet anders meer kunnen dan hun eerste pilletje te slikken. Ze willen het zo graag zelluf doen. Vaak wordt dat eerste pilletje geslikt in een moment van angst en paniek waarbij er geen ondersteuning is, een moment waarop het heel erg zwart is. Maar zoals iedereen weet, mag je niet zomaar stoppen met anti-depressiva dus voelen ze zich eerder verplicht om de medicatie verder te nemen. Niet direct een positieve keuze voor zoiets immens belangrijks. Ten tweede is in ons land de begeleiding van deze problematiek bedroevend. Waar moeten vrouwen naar toe, als je de huisarts even uit de loop haalt. Ofwel zitten de hulpverleners hun agenda eivol ofwel hebben ze geen kaas gegeten van wat er juist gebeurt als een vrouw bevalt. Ten derde doet een schildklier na een bevalling soms erg vreemd, waardoor een vrouw zich echt ellendig down kan voelen. Dit moet echt eerst onderzocht worden. Net zoals klassieke tekorten als B12, ijzer en magnesium. Ten vierde gaat dit de inname van anti-depressiva en medicatie tegen angst nóg laten stijgen. Waar je etikettering ziet, volgt medicatie. En we zijn daar al koplopers in. Ten vijfde heb je depressie en depressie. Een zware depressie kan behandeld worden met medicatie en psychologische begeleiding (altijd beide). Depressieve gevoelens omwille van een rouwproces hebben iets anders nodig. Tijd, zoals ik al zei. Maar ook een luisterend oor, richting, perspectief, hoop, toekomst, solidariteit, verbondenheid, geruststelling, erkenning en herkenning. Allemaal zaken die een pilletje niet kunnen geven. Rouwprocessen hebben een heel andere aanpak nodig. Alle vrouwen die bij mij binnenkwamen, gingen opgelucht buiten toen ze hoorden dat ze geen depressie hadden maar wel in een rouwproces zaten. Dat was behapbaar. Dat ging over. Ze waren niet ziek. Er was een gezond, normaal, menselijk proces aan de gang. Er was geen energiestoornis, ook al was er misschien weinig energie. Heel af en toe was er meer aan de hand maar dat werd dan ook snel duidelijk en adequaat aangepakt. In zulke situaties kan die vragenlijst zeker helpend zijn.

Een vrouw wordt moeder

Onze maatschappij vindt blijkbaar nog steeds dat er een probleem is wanneer een vrouw niet huppelhuppel zich direct moeder voelt van dat kleine wezentje dat ze juist op de wereld heeft gezet. Het is blijkbaar nodig om dat te gaan “labelen” en te gaan “medicaliseren” met een term uit de psychiatrie. Zich een nieuw statuut toe-eigenen vraagt nochtans tijd. Dat gààt niet altijd vanzelf. Soms is dat een pad over rozen maar evengoed is het okee dat dat een hobbelig parcours is. Nikste depressie. Nikste ziekte. Dat is een logische stap in de ontwikkeling van een vrouw wanneer ze een kind krijgt. Zoals ik al zei: moeder worden raakt aan je identiteit. Je gaat als vrouw ànders over de dingen nadenken, je kijkt anders naar het leven, je kijkt anders naar jezelf. Er worden heilige huisjes omgegooid. “Ik, mijn kind in Crocs naar Bumba laten kijken? Nooit van mijn leven!” Al die overtuigingen en ideaalbeelden waar je gemiddeld 20 jaar mee rondloopt, worden stevig door elkaar geschud. De kaarten gaan opeens  anders liggen eens dat kleine kindje je in de ogen heeft gekeken. Dat is voor sommige vrouwen heftig en ingrijpend. Hun wereld stort een beetje in, ja. Ze raken de controle kwijt over zichzelf en hun omgeving, niks lijkt nog vanzelfsprekend en ze doen het in hun broek. (en niet alleen door de incontinentie na de bevalling) Maar het is normaal. Please. Laat ons  vooral voor ogen houden dat heel dat proces van vrouw tot moeder pittig, gezond, noodzakelijk, leerrijk, boeiend, intrigerend en ja, soms pijnlijk is. En dat is helemaal okee.

Lieve Van Weddingen, auteur van “Mijn baby lacht, nu ik nog!”

3 gedachten over “Waarom een systematische screening op postpartum depressie een slecht idee is

  1. Wij hebben dezelfde vroedvrouw en ze is mijn holistisch therapeute :).
    Dank voor dit stuk. Ik schreef een keer dit omdat ik stilaan knettergek werd van het problematiseren en zuchten hoe zwaar het ook allemaal wel is: https://prinsesopdekikkererwt.wordpress.com/2015/08/19/prinses-pleit-heel-voorzichtig-voor-vertrouwen/ . Het is een pleidooi voor vertrouwen, tegen angst. Vertrouwen dat overeind mag blijven als het ook allemaal wat tegen valt, als de baby weent, als we moe zijn.

Reacties zijn gesloten.