Let it be

  The Beatles wisten het al. Het helpt als je de zaken op hun beloop kan laten, gewoon kan laten “zijn”. Tegenwoordig is het bon ton om los-te-laten. Frozengewijs let it goooooo te brullen en je zorgen en gedachten door het raam te gooien. Dat vinden de meeste mensen helemaal niet zo simpel. Loslaten houdt een beweging in (wég), “laten zijn” rust, stil-staan en stilte (nabij blijven). Een soort van acceptatie ook. Het lastige aan die “weg-beweging”: mensen gooien niet graag alles door het raam en gelijk hebben ze. Meestal is het ook niet nodig om alles weg te gooien. Er zitten namelijk ook mooie kanten aan. Daarom is het soms makkelijker om erbij te blijven en te zeggen: okee, let it be.

Bij tegenslagen, frustratie, ongemak, teleurstelling of groot verdriet neigen we die ellende zo snel mogelijk onder de mat te vegen. We doen dat allemaal op een manier die bij ons past: ervan weggaan (drugs, alcohol, teveel sport of seks, vettig eten, suiker, medicatie), constructies in ons hoofd (piekeren, cirkels draaien, argwaan, excuses zoeken), er eindeloos over doorbomen (analyse op analyse), extern attribueren (iets of iemand anders de schuld geven dus), name it. We willen er van weg of we willen het zeker ánders. Daar gaan we dan heel veel energie in steken om ja, inderdaad, terug het gevoel te krijgen dat we het en misschien wel onszelf onder controle hebben. Helpt dat? Zelden. Blijven we het doen? Vaak. Waarom? Omdat we bang zijn dat als we dat niét doen, we ten onder gaan. 

Hoe zou het zijn om vanaf nu het ánders te doen en tegen jezelf te zeggen: let it be. Varianten in het Nederlands zijn: het is wat het is, dit gaat voorbij, het is onbelangrijk, het is niet zo erg, vertrouw het proces, alles gebeurt met een reden. En wat er gebeurt, wat je voelt, wat je denkt… te aanschouwen. Het niet te onderdrukken, er geen aandacht of gewicht aan te geven, er niet op te re-ageren maar het gewoon te “laten zijn”. 

Hoe zou dat zijn?