Beste mama die denkt dat ze faalt… 

You are not.

Als jij en ik nu in de Starbucks zouden zitten, jij met je favoriete drank en ik met mijn Chai Tea Latte dan zou ik je recht in de ogen kijken en zeggen dat je echt niet faalt.

Ik weet het wel. Je zou mij aankijken met een beate glimlach en zo wat schudden met je hoofd maar je zou denken: Jezus, mens, wat weet jij daar nu van? Ja, ik weet dat je dat zou denken. Want er was een tijd dat ík daar zat met mijn Chai en een vriendin tegenover mij die me recht aankeek en zei dat ik niet faalde en echt goed bezig was.

Toen dacht ik: mens, je moest eens weten. Ik wou haar vertellen over de oneindige stapel was in de kelder, de niet meer te overziene berg strijk en dat mijn bureau echt een rommeltje is en mijn kinderen de boel op stelten zetten. Ik dacht toen ook aan de momenten dat ik gewoon veel liever ergens in een lekker restaurant zou zitten met mijn man in plaats van alweer rijst te koken voor mijn peuters die toen alleen maar rijst wouden eten. De twee andere potten rijst op het fornuis van gisteren en eergisteren verzwijg ik. Die zijn voor de kippen maar daar kom ik niet toe want ik voel mij te uitgeput. Daar faal ik ook. 

 

Gezwoeg. Dat is het. Hoe kon ze mij toen zomaar zeggen dat ik niét faalde?

Op één of andere manier worden we door de (social) media geconditioneerd dat moeders perfecte wezens zijn en ook moeten zijn. Wanneer vrouwen zo dapper zijn om hun postpartum buik te tonen een maand na de geboorte komen er stemmen dat die buik toch platter mag. Of mijn vriendin die fijntjes verteld werd door de opa dat ze er toch wat mollig bij zat na de geboorte van haar eerste. En nadien? Daarna moeten we hip, modern, stabiel, humoristisch en gelukkig zijn. We staan op voor zonsopgang en gaan slapen tegen middernacht met blinkende wasbakken, geplooid wasgoed en een vrijpartij achter de kiezen. De ontbijttafel staat klaar, boekentassen gemaakt en we weten al perfect wat we gaan eten de avond die komt want dat maal hebben we uitgedokterd in ons weekmenu twee weken terug. We werken aan ons lijf, ons haar heeft nooit uitgroei, de wenkbrauwen zijn fijntjes bijgewerkt, gemanicuurde gelnagels aan de vingers, de koelkast heeft de juiste voorraad, we blinken uit op het werk en in onze naaikamer barst het van de creatieve projecten die we bij elkaar stikken als de kindertjes slapen. 

In realiteit is het 7 uur ’s morgens en proberen we op te staan. De baby hing het uit die nacht, de peuter gaf over of eerlijk: we zijn gewoon uitgeput. We slenteren naar beneden terwijl de kinderen rondstuiteren als twee pingpongballetjes en onze Facebook checkend staan we versteld van wat mensen al allemaal verwezenlijkt hebben in die ochtenduren. We proberen dan al, op dat vroege uur, te vechten tegen het gevoel dat we falen in vergelijking met het perfecte beeld dat we krijgen voorgeschoteld. 

Weet je wat mijn vriendin zei?

Slow down.

Slow down? Hoe moet ik dat doen? Waaróm zou ik dat doen? Ik heb nu al het gevoel dat ik faal, overal te laat kom en hopeloos achter zit met alles. Op zo een manier dat zelfs als ik een maand geen kinderen had, de chaos nog steeds onoverzienbaar zou blijven. En ik heb nog boeken te lezen over mindful moeder zijn en hoe ik gezonder kan koken. Of me inschrijven voor die voorleescursus. Om nog maar te zwijgen over mijn schuldgevoel naar de kinderen toe. Ze zei toen: genoeg. En dat ik niet faalde. En dat ik een goede moeder ben.

Je weet het. Je weet dat je niet faalt.

Het wordt tijd dat je ziet wat je wél tot een goed einde brengt, elke dag opnieuw. De complimenten, de schouderklopjes, de maaltijden die je maakt, de kleren die wél gewassen zijn, de steun, de liefde die je geeft. De aanwezigheid op een toonmoment op school, de aanrakingen die je geeft, het geld dat je bij elkaar werkt, de grapjes die je maakt. Al de boeken en quotes die je wél al hebt gelezen. Okee, je bent gejaagd, je racet door het leven, je bent uitgeput maar falen doe je zeker niet. We maken fouten en we leren ervan. Falen betekent stoppen. Falen betekent niet beginnen, niet doen. Zo ben je zeker niet. 

Ik wil je vragen om te stoppen met tegen jezelf te zeggen dat je faalt. In de plaats daarvan wil ik je vragen om dat te vervangen met “Ik kan dit!”. Die eeuwige mantra over dat falende gevoel hoeft je hele leven en je zijn niet te bepalen. Zodra je die faal-gedachte voelt, zeg je “Ik kan dit!”. 

En ik zou je dan ook vragen om een lijst te maken van de dingen die je écht nog graag wil doen, echt nog te doen hebt en mag doen. Voor jezelf, met vrienden, met familie, met je gezin. En doe dan af en toe iets van je lijst. Als je voelt dat je terug wegzakt in je oude mantra: niet erg, dan herbegin je gewoon. Trek het je niet aan dat je vriendin dingen pint op Pinterest over hoe ze het perfect opgeruimde huis kan hebben in 8 stappen of hoe ze de lekkerste koekjes bakt zonder suiker of een strak lijf bij elkaar kan joggen of de mooiste decoratie vindt voor de kinderkamer. Dit is JOUW leven. En het zijn jouw kinderen en je bent voor hen de béste moeder. 

Onthou dat.

Je bent een goede moeder. Je doet er toe. Je maakt echt een verschil.

Je kan dit!

Adem na adem. Stap voor stap. Dag na dag.

Moest je in de Starbucks tegenover mij zitten, dan zou ik jou dit vertellen. Met heel mijn hart. 

Een gedachte over “Beste mama die denkt dat ze faalt… 

  1. … Moeders moeten perfect zijn, maar zouden het moederschap ook ultiem vervullend moeten vinden. En hier zit ik weer eens, leger dan leeg. De leegte primeert op het gevoel te falen.
    Ik neem je mantra mee. Wie weet helpt het om me wat op te peppen…

Reacties zijn gesloten.