Wanneer je het allerliefste laat sterven

shutterstock_306671300November. Bij traditie de maand om stil te staan en te vertragen. De bladeren vallen. Een enkeling strijdt nog om als laatste te blijven hangen tot ook hij of zij vermoeid naar beneden valt. November is bij uitstek ook mijn maand om stil te worden. Op 5 november 2012 liet ik het allerliefste los dat mij lief was.

18

Je weet hoe dat gaat. Mijn Lief en ik, wij wouden een kind. Een dessertkind. Een liefdeskind. Een kind-van-ons-twee. Want kinderen hadden we al: twee van hem en twee van mij. Maar nog eentje samen. Graag ja. Dat zwanger worden liep al niet van een leien dakje maar toen ik dan eindelijk 12 weken zwanger was en voor de nekplooimeting op de tafel van de gyn lag, klonken daar de woorden: verdikt, abnormaal, bloedafname. Een klop op mijn hoofd was het. Bloedafname volgde, uitgebreide echo bij professor Held De Catte en dan de woorden: nietsaantedoen, nietlevensvatbaar, nietzienaankomen. Een volgende klop. Het verdriet dat zich toen toonde was…onuitdrukbaar. Als een dier dat huilt om haar verloren jong. Diep, rauw, verloren. Trisomie 18 werd het. Syndroom van Edwards. Afwijkingen. Klop. Klop. Klop.

Beslissen over dood of leven

Zet u neer. Ga zitten. Dit zijn de feiten. En nu? Statistieken werden bovengehaald. “Ja maar hoeveel kans is er dan precies dat hij de zwangerschap overleeft?” of “Wat zijn de kansen dat ik er iets aan over hou?” of “Wat gebeurt er dan als hij levend ter wereld komt?” of “Kan het écht niet zijn dat u zich vergist?” Cijfers, tabellen, definities, statistieken. Wat moet een mens? Wat doet een moeder? Een vader? Twijfelen, niet weten, onzekeren, verdrieten. Alles bij elkaar. En met de moed der wanhoop beslissen dat er een einde wordt gemaakt aan de zwangerschap. Klopperdeklop. Het oneindige verdriet dat zich toen toonde, is met geen woorden te beschrijven. Denk aan een mix van overreden worden door een camion terwijl er duizend messen in je hart worden gestoken. Pijn, pijn, pijn. Overal. Alsof mijn hart er werd uitgerukt. Verschillende keren. Elke dag opnieuw. Dagen, weken aan één stuk. Wakker worden met tranen en denken dat je een hele nacht hebt doorgehuild. Dat zal zeker met momenten ook zo zijn geweest…

Rouw is rauw

Hoe moet dat dan verder? Ja, ik moest bevallen van een dood klein maar perfect af kindje. Ja, dat kindje moest dan ook nog eens naar een crematorium. Ja, duizend keren moest ik uitleggen wat er nu juist aan de hand was. “Oh nog maar  veertien weken.” “Oh, hij was nog klein.” “Oh, maar je hebt al kinderen.” “Oh, dat zal fysiek wel meevallen zeker?” “Oh, het komt allemaal in orde.” Na vier jaar voel ik nog altijd de pijn in mijn hart als ik denk aan die periode. Die was donker, zwart en leeg. Net omdat hij “nog zo klein was” is er weinig begrip. “Omdat de wereld het bekijkt als een klein verdriet, maakt het voor jullie juist dubbel zo zwaar.” zei mijn zus. Daarin had ze helemaal gelijk. Hoe klein of hoe groot het kind ook is dat je verliest, het maakt niet uit. Vanaf dat je je moeder of vader voelt van wie er groeit in je buik, verlies je een droom, een leven, het geluk dat je in gedachten had. Ik stop gedachten die mij brengen bij ouders die hun kind verliezen als het vier weken, vier maanden, vier jaar is. Ik voel mij nietig en klein als ik daaraan denk. En een onnozel wicht dat ik mij aanstel over een kind dat maar veertien weken in mijn buik heeft gezeten. Maar dat onze zoon voor de wet niet bestaat, is een spijtige zaak. Want voor ons is hij dat echt wel. Ik begrijp nog steeds niet dat er onderscheid wordt gemaakt tussen kleine baby’s en grote baby’s en foetussen en embryo’s. Wie daar nood aan heeft, moet zijn kind een naam kunnen geven. 

Elk verdriet heeft recht om er te zijn. Kiezen voor dit verlies is voor sommige mensen helemààl onbegrijpelijk. Sterker nog: als je er zelf voor kiest, what’s the problem? Het is voor iedereen anders. De reden om het wel te doen, de reden om het niet te doen. Alles mag er zijn. Wij konden het onze zoon niet aandoen. We wilden het ook niet. We droegen liever zelf de pijn dan hem door de hel te zien gaan. Anderen willen het proces juist wel dragen. Het maakt niet uit. Je doet het uit liefde. The greater act of love. Maar dat ik nooit het licht heb gezien in zijn ogen, dat doet nog altijd pijn.

En nu

Leerde ik ermee leven? Ja, in zeker zin wel. Met vallen en opstaan. De pijn en het verdriet van toen zit ergens in een schuifje en ik kan het zomaar vastnemen. Wanneer ik maar wil. Maar het verdriet zit niet meer aan de oppervlakte, gelukkig. Elke dag opnieuw leer ik leven met wat ik gedaan heb en dat ik zijn leven heb weggenomen. Ik vraag mij nog erg vaak af hoe het met hem zou zijn of hoe groot hij nu zou zijn geweest. Kleine jongetjes van 3,5 jaar brengen altijd een glimlach op mijn gezicht. Ik leer leven met een zoon die nooit groot zal worden, die niet naar de kleuterklas ging en nooit kattenkwaad zal uitsteken met zijn broers. De tijd heelt niet. De tijd vervaagt. Er komt een mist op het verlies en het verdriet. De rauwheid verdwijnt. De scherpe randjes worden wat afgerond. De zon ging bij ons ook weer schijnen. De komst van de jongste dochter was letterlijk een geschenk uit de hemel. Zijn geschenk. Maar vergeten zal ik het nooit. Vergeten zal ik hém nooit. Hij heeft mij geleerd hoe intens graag ik mijn kinderen zie. Hij heeft mij geleerd dat sommige tranen onbedwingbaar zijn. Hij heeft mij geleerd dat een mens erg veel kan dragen. De donkerte, de duisternis, het heeft mij bij een diepte gebracht die ik kan gebruiken in mijn werk. Als er iemand voor mij zit en het licht aan het einde van de tunnel niet meer ziet, zal ik nooit zeggen dat ik het begrijp. Maar ik voel het wél. Ook dit kind heeft van mij een andere vrouw gemaakt.

En nu ga ik even mijmeren als het u niet stoort. Op deze vijfde november. Over een kind dat wettelijk niet bestaat maar in mijn hart er altijd is.